8.2.2.8 Aansluiten motor op Micro:bit

In deze paragraaf leer je hoe je een motor kunt aansluiten op de Mico:bit. Deze is gebaseerd op: https://www.kitronik.co.uk/blog/experiment-4-using-a-transistor-to-drive-a-motor/.

Het doel is om met de A-knop en B-knop een motor aan te sturen.

  • Als geen van de knoppen wordt ingedrukt staat de motor uit.
  • Als de A-knop wordt ingedrukt draait de motor op 25%.
  • Als de B-knop wordt ingedrukt draait de motor op 50%
  • Als de A- en B-knop beide worden ingedrukt draait de motor op 100%.

Je leert hierbij dat je een motor niet zomaar op een pin kunt aansluiten, omdat de pinnen van de Micro:bit onvoldoende stroom kunnen leveren voor een motor.

Zorg dat je stapsgewijs werkt:

  1. Sluit de motor aan en test of deze werkt.
  2. Maak een toestandsdiagram
  3. Zet het toestandsdiagram om naar een programma en test dit.

Stap 1: Sluit de motor aan en test of deze werkt.

Sluit de motor aan volgens het schema hieronder. Je hebt daarvoor nodig:

  • Een terminal connector. Hiermee kun je de motor makkelijk en veilig aan het breadboard verbinden.
  • Een motor, zoals bijvoorbeeld een windmolentje (dat is onderdeel van de uitvinderskit).
  • Een weerstand van 2.2kΩ. Deze heeft de kleuren rood, rood, rood, goud.
  • Een transistor (ook onderdeel van de uitvinderskit)

(Klik op de afbeelding om te vergroten)

De transistor heeft drie pootjes. Het middelste pootje werkt als een soort schakelaar. Als de spanning op het middelste pootje hoog is, dan is de poort open en kan de stroom via de buitenste pootjes gaan. Als de spanning op het middelste bootje laag is, dan is de poort dicht en kan er geen stroom lopen. De transistor zorgt ervoor dat de stroom voor de motor niet via één van de pinnen van de Micro:bit hoeft te gaan, maar rechtstreeks op de 3V en GND kan worden aangesloten. We kunnen de motor nu aan en uitzetten via pin 0.

Test of de motor werkt, bijvoorbeeld. met het onderstaande programma. Als het goed is begint de motor op ongeveer 50% te draaien. Je kunt de waarde 500 veranderen (tussen 0 en 1023) en daarmee bepalen hoe hard de motor moet draaien. Ook hier wordt weer gebruik gemaakt van Pulse Width Modulation, zie: 8.2.2.7 Sterkte van een LED aanpassen met PWM.

Stap 2: Maak een toestandsdiagram

Je herkent waarschijnlijk wel 4 toestanden in de beschrijving van het systeem. Je kunt bijvoorbeeld het volgende toestandsdiagram gebruiken.

Stap 3: zet het toestandsdiagram om naar een programma en test dit.

Hieronder zie je een uitwerking op basis van bovenstaande toestandsdiagram.

  • Toestand 1: motor is uit
  • Toestand 2: motor op 25%
  • Toestand 3: motor op 50%
  • Toestand 4: motor op 100%

(Klik op de afbeelding om te vergroten)