1. Over de module

De komende weken ga je leren over physical computing. Denk daarbij aan apparaten die kunnen reageren op de omgeving met behulp van sensoren. Physical computing is een erg interessant onderwerp, om verschillende redenen:

  • De toepassingen zijn heel divers. Je ziet physical computing in de zorg (denk aan zorgrobots), bij transport (denk aan zelfrijdende auto’s), sport (denk aan sporthorloges), het huishouden (denk aan stofzuigerrobots), en nog veel, veel meer.
  • In het dagelijks leven zie je veel toepassingen van physical computing. Denk maar aan je telefoon, die boordevol sensoren zit. Maar ook andere alledaagse apparaten zoals wasmachines, tv’s, de centrale verwarming zijn voorbeelden van physical computing.
  • Informatica speelt een belangrijke rol in deze systemen. Al deze apparaten en toepassingen bevatten immers (kleine) computers die het mogelijk maken dat ze adequaat en snel reageren op wat er gebeurt in de omgeving.
  • Je kunt zelf toepassingen bedenken en bouwen. De materialen daarvoor zijn vrij goedkoop, en de mogelijkheden zijn eindeloos. Je kunt daarbij goed samenwerken in een team van leerlingen met verschillende interesses en expertises.

 
We hopen dat je het volgende leert in de komende weken.

  • Welke mogelijkheden biedt physical computing? Wat kan wel, wat kan (nog) niet? Je leert allerlei voorbeelden kennen van toepassingen in de wereld om je heen.
  • Wat voor sensoren worden daarbij gebruikt? Wat kun je precies met die sensoren?
  • Hoe kun je zelf een apparaat of systeem ontwerpen en ontwikkelen?

 
Het programma voor deze module is grofweg als volgt:

  • Je begint met het leren kennen van toepassingen van physical computing in de wereld om ons heen. Zo krijg je een beter beeld van wat physical computing inhoudt en wat er mogelijk is.
  • Daarna leer je over enkele sensoren en hoe je dit kunt gebruiken. We hebben 4 cycli beschreven (zie het menu bovenin), elke cyclus is op dezelfde manier opgebouwd:
    • Je krijgt een voorbeeld van waar de sensor kan worden gebruikt
    • Daarna leer je de sensor in het algemeen: hoe werkt het, wat kan je er mee, wat kan je er niet mee
    • Vervolgens leer je hoe je zo’n sensor zelf kunt gebruiken bij het maken van een eenvoudige toepassing. Je leert daarbij ook hoe je eerst een ontwerp kunt maken voor de werking van zo’n toepassing.

Op deze manier leer je dus geleidelijk over toepassingen van physical computing, over de sensoren en over hoe je zelf een systeem kunt bouwen.
Tot slot ga je zelf in een team van twee, drie of vier leerlingen een prototype ontwerpen en bouwen. Een prototype is een voorbeeld van hoe een systeem er uit zou kunnen zien en hoe het zou kunnen werken. Wat voor prototype je gaat maken, bepaal je zelf, in overleg met je docent.
We hopen dat je veel leert van deze module en vooral ook dat je er veel plezier uit haalt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *